2026
De boom die danst,
heeft geen stap gezet.
Toch laten haar takken
er geen twijfel over bestaan.
Ik dans met de boom die danst,
net zo schijnbaar ingetogen als zij,
maar achter onze schors
stroomt ons leven naar een waterval.
Ze maakte het huis schoon,
terwijl ganzen over vlogen
en een alles behalve eenzame roep
dwars door haar hele bestaan drong
Alleen hele kleine beetjes zonlicht
tussen heel veel bladeren door
en ik vang ze op
en voel het gewicht
van een lange reis
De zon fluistert vandaag in druppels
die tussen bladeren vallen:
geen woord te veel
Plons, zei de vlam
en water scheen
over wat nooit zou kunnen
Alles waar maanlicht op viel,
begon te fluisteren:
alles was het eens
met de maan en de nacht.
Vogels wachtten
in de met sneeuw gevulde
en met rijp bedekte coulissen
van de lente
Ik twijfel de kruin van een boom,
tot in de dunste takken
Kon ik maar één keer
bij de stam blijven.
Ik twijfel een zwerm vogels
en nooit ben ik de jager
die raak duikt
in de diepe lucht.
Ik twijfel een ingewikkelde dans,
ver voorbij de versleten schoenen.
Zelfs de laatste dunne draad
blijf ik volgen.
Hoe lang is het niet geleden
dat we licht gingen halen
bij de maan?
Ganzen omarmen hazen
Ganzen omarmen de wind
Hazen kunnen rennen
en de wind kan vliegen
in die omhelzing van ontelbare vleugels
die vanuit de hemel
vrijheid sturen
naar hen die de wilde taal verstaan
en deze laten klinken
met trommelende poten
op een vel van aarde
en de wind gaat
van de één naar de ander,
kwispelend met gevallen bladeren,
zonder de tijd te zien
die alleen in onze wereld vergaat.
Ik droomde dat ik te moe was om te dromen
en toen ik wakker werd,
hoorde geen droom meer echt bij mij.
Ik droomde dat ik te moe was om te dromen
en toen ik wakker werd,
zat ik aan een harde houten tafel
en keek ik uit een raam dat geen uitzicht bood.
Ik droomde dat ik nooit meer zou dromen,
maar toen ik wakker werd,
herinnerde ik me deze droom:
beter dan niets.
Ik liet me vertellen
dat de donkere kamer waar ik in zat
voor altijd gesloten zou blijven,
dat de ramen nooit open zouden gaan
en dat de witte vlinder die mijn donker deelde
er altijd al was.
Op mijn knie rustte de eeuwigheid
en ik wachtte op de stem
die me alles kon vertellen.
2025
Hyfen
Laten we samen
ongezien in het donker groeien;
ik denk dat er onder de grond
een plek is waar ik kan ademen
N.a.v. senryū
Gaat de zee voorbij,
als je lang genoeg
naar de golven staart?
De rust van de zee
is niet altijd stil:
vandaag schreeuwt ze tegen me
dat ik hier moet blijven.
Mijn hand beweegt in de zee
De zee beweegt in mijn hand
En ik ben stiller dan ooit.
Ik heb je gisteren nog gezien, zee.
Vandaag lijkt het oceanen geleden.
Ik dans van binnen een boom
en ren een vlucht wilde ganzen.
Dan groet ik de regen
en plant mijn knieën waar ze thuishoren.
Er is niets wat niet verandert
en toch zoeken we naar niets
als naar een laatste eenhoorn
Alsof we niet weten
dat de laatste eenhoorn
onze ziel zou doorboren
Ze fluisteren.
Ze fluisteren en staren zilver
als wij voorbij gaan,
berken.
Er staan hier geen stoelen
Er zijn geen muren
Ik heb niets nodig
Niets van wat wij gemaakt hebben.
Maar van jou heb ik alles nodig
Alles wat leeft
Alles wat een ziel heeft
En niet één van ons is.
Tot wij weer natuur worden
Thuiskomen
En tegen bomen leunen
In een wereld die geen muren kent.
Dan, alleen dan,
wil ik weer één van ons zijn,
wil ik weer mens zijn.