
Mijn verhaal
In 2005 heb ik mijn diploma gehaald aan ArtEZ Art&Design in Zwolle. Ik mocht mezelf illustrator noemen en het was mijn doel om kinderboeken te gaan maken. Maar al tijdens mijn studie bleek dat ik toch andere plannen had. Ik raakte gefascineerd door textiel. Een materiaal dat je kan vasthouden, stevig vasthouden, zonder dat het breekt. Er is mij toen verteld dat ik objectgericht werk maakte. Ik wilde geen venster maken naar een andere wereld, geen doorkijk, maar die wereld zelf. Ik wilde naar binnen en omringd worden door wat ik voelde en zag met gesloten ogen. Wat een strijd werd dat uiteindelijk. Wie was ik als kunstenaar? En een jaar na mijn afstuderen kreeg ik ook mijn diagnose: ASS. En dat verklaarde een heleboel. Ik was afgekeurd en sociaal zeer beperkt. In de bijna twintig jaar die volgden, ben ik me blijven ontwikkelen. Ik ben nooit gestopt met dingen maken, maar ik heb zelden iets naar buiten gebracht. Maar ik heb verhalen in me die naar buiten willen, of dat nu in tekst of beeld is. En tijdens het textielfestival 2026 kwam de omslag. Mijn werk werd genomineerd voor de tweede ronde van de wedstrijd (‘Connecting the future with the past, je eigen perspectief’). Ik zag mijn werk hangen in de Sint-Joriskerk in Amersfoort. En gedurende de dagen dat ik het festival bezocht, voelde ik me op mijn plek. Dit was mijn wereld.Toen ging er een knop om. Ik kan dit. Ik wil dit. Ik moet dit. En ik zal.
Uiteraard begint ieder werk van textiel met draden. Of eigenlijk met de vezels waar die draden van gemaakt worden. Maar wie maakt die draden? Hoort dat bij het proces? Voor mij wel. Ik geniet van het werken met vezels en van het spinnen zelf, het brengt me naar een begin dat ik anders niet zou vinden. Ik gebruik ook gekochte stof en machinaal gesponnen draden als schering bij het weven op kleine spijkerramen. Maar de hoofdrol is weggelegd voor mijn eigen garen, dat leeft en bezield is en al een heel groot deel van het verhaal. Deze draden brengen me bij de wereld die ik in wil gaan en die ik wil delen.
